Gebedstijden 2-7-2022

3 Ziel Hadj 1443

Fadjr 3:24
Zohr 13:54
Asr 19:24
Magbrieb 22:10
Isha 23:40

Komende Evenementen

08 juli 2022
02:00PM - 03:00PM
Jummah
09 juli 2022
Eid ul Adha
15 juli 2022
02:00PM - 03:00PM
Jummah

facebook volg

IMG_6170 Foto-moskee-1 IMG_6169
preload image preload image

Hadieth

 

Korte samenvatting over de Hajj (2)

 

Ibrahim (as) toonde de bereidheid om zijn zoon profeet Ismail (as) te offeren, maar zijn zoon werd door Allah vervangen door een lam. Allah (Subhanahu wa ta’ala) was zo blij met de onderwerping van Ibrahim (as) aan Hem dat Hij deze demonstratie van opoffering en geloof tot een permanent onderdeel van het leven van een moslim maakte.

 

Als iemand de intentie heeft om een offerdier te slachten en het is vastgesteld dat de maand Dhoel-Hijjah begonnen is - door het zien van de wassende maan of door het voltooien van de dertig dagen van Dhoel-Qi’dah -, dan is het verboden voor hem/haar om van zijn/haar haren, nagels of huid te knippen tot het moment dat hij/zij zijn/haar offer geslacht heeft. Dit is gebaseerd op de hadith van Oem Salamah (ra) dat de Profeet (vrede en zegeningen zij met Hem) had gezegd.

 

Om aanwezig te zijn bij zaken, die voor hen van nut zijn en de naam van Allah te vermelden op de bekende dagen, over het beest van het vee, dat Hij hun schonk. Eet ervan en voed de arme ermee, die een moeilijke tijd heeft.                                       

(Soeratoel Hajj 22:28)

 

Laten zij vervolgens hun voorgeschreven plichten voltooien en laten zij hun geloften nakomen. En rondgaan om de Ka’aaba.

(Soeratoel hajj 22:28)

 

Ibn Abbas zei: ‘”Profijt in deze wereld en in het Hiernamaals. Profijt in het Hiernamaals houdt tevredenheid van Allah in. Materieel profijt in deze wereld houdt offerdieren en handel in. Dit was ook de mening van Moejahied en anderen dat het profijt zowel in deze wereld als in het Hiernamaals komt. Dit is als het vers:

 

“Het is voor u geen zonde, als u de overvloed van uw Heer tracht te verkrijgen (via de handel tijdens de bedevaart)

(Soeratoel Baqarah 2:198)

 

“en de Naam van Allah te vermelden op de bekende dagen, over het beest van het vee, dat hij hun schonk”.

(Soeratoel hajj 22:28)

 

Al Bukhari leverde over van Ibn Abbas dat de Profeet (vrede en zegeningen zij met Hem) zei:

 

“Er zijn geen dagen waarop goede daden Allah (Subhanahu wa ta’ala) welgevalliger zijn dan de (eerste tien) dagen (van de 12e maanmaand Dzoel Hijjah)”.

“O boodschapper van Allah! Zelfs de heilige oorlog?” vroeg men hem.

“Zelfs de heilige oorlog”, zo antwoordde de Profeet (vrede en zegeningen zij met Hem), behalve in het geval van een strijder, die met zijn hele vermogen voor de heilige oorlog vertrekt en er niet meer van terugkomt”.

 

De Imam Ahmad leverde over dat Ibn Oemar zei: “De boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met Hem) zei:

 

“Er zijn geen dagen voor Allah die welgevalliger zijn of waarop goede daden Hem welgevalliger zijn dan deze tien dagen, vermeerder derhalve je tahliel, takbier en tahmied tijdens deze dagen (tahliel = laa ielahaa illallaah, takbier= Allahoe Akbar en tahmied= Al hamdoe liellaah)

 

De andere mening is dat het offer in drieën zou moeten worden verdeeld: een deel voor degene die offert, een deel als cadeau en een deel als liefdadigheid, zoals Allah zegt in dit vers: -“eet ervan en voedt de behoeftige en de smekende mee”.

(Soeratoel Hajj 22:36)

 

Het te offeren dier (koe of stier niet jonger dan 2 jaar, kameel niet jonger dan 5 jaar) kan gedeeld worden door 7 personen.

 

Een schaap mannelijk of vrouwelijk moet tenminste 6 maanden oud zijn en is voor 1 huishouden. Een geit mannelijk of vrouwelijk moet tenminste 1 jaar oud zijn en is voor 1 huishouden.

Bron: Sahih Muslim 1318 (a) en 1961 (a)

 

Einde

 

Korte samenvatting over de Hajj (1)

 

Vasten (voor degene die NIET op Arafat is)


Het is soenna om te vasten op de negende dag van dzul-hijjah (de dag van Arafat), want de Profeet (vrede en zegeningen zij met Hem) moedigde ons om goede daden te verrichten tijdens deze tijd en vasten is een van de beste daden. Allah (Subhanahu wa ta’ala) heeft het vasten voor Hemzelf gekozen, zoals is bevestigd in de hadith Qudsi:

 

Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: "Alle daden van de zoon van Adam zijn voor hemzelf, behalve vasten, welke voor Mij is en Ik ben Degene die hem daarvoor zal belonen" (Al Bukhaari).
De Profeet (vrede en zegeningen zij met Hem) vastte op de negende dag van dzoel hijjah.

 

In soeratoel Baqarah 2:203 staat:

 

Gedenk Allah tijdens vastgestelde dagen. Maar als iemand zich haast om na twee dagen te vertrekken (uit Mina), voor hem is het geen zonde. En als iemand blijft (voor de derde dag) is het geen zonde voor wie Allah vreest. En vrees Allah (Subhanahu wa ta’ala) en weet dat het bij Hem is, dat gij zult worden verzameld.

 

De imam Ahmad leverde over dat Oeqbah ibn Amier zei: “De Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met Hem) zei:

 

“De dag van Arafat (9e dzoel hijjah, als je er staat), de dag van het offer (10e dzoel hijjah) en de dagen van tashrieq (11e, 12e en 13e dzoel hijjah) zijn voor ons, mensen van de Islam, feesten. Dit zijn dagen van eten en drinken”.

 

Ikramah zei dat:

 

“Gedenk Allah tijdens vastgestelde dagen: (Soeratoel Baqarah2:203) betekent: het zeggen van takbier “Allahoe Akbar, Allahoe Akbar” tijdens de dagen van tashrieq na de verplichte gebeden.

 

 De hadieth van ‘Abdur-Rahman ibn Ya’mar Ed Deyli luidt:

 

“Er zijn drie dagen van Mina (tashrieq). Voor wie zich naast in twee dagen (na twee dagen Mina verlaat) is er geen zonde en voor wie uitstelt (in Mina blijft voor de derde dag) is er geen zonde in”.

Aboe Dawoed

 

Ibn Jarier leverde over dat Aboe Hoerayrah vertelde dat de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met Hem) zei:

“De dagen van tashrieq zijn dagen van eten en het in herinnering brengen van Allah”.

 

De uitspraak van Allah (Subhanahu wa ta’ala):

 

“Gedenkt Allah tijdens vastgestelde dagen” (Soeratoel Baqarah 2:203) schrijft voor, Allah (Subhanahu wa ta’ala) te gedenken bij het slachten van de dieren. De school van Ash-Shafie’i zegt dat de tijd van offeren begint van de 10e dzoel hijjah tot de laatste dag van tashrieq. Dit betreft ook tijdens deze dagen de tijdelijke dhikr (takbier) na de verplichte gebeden en de gewone dhikr. Wat de tijdelijke dhikr na de verplichte gebeden aangaat bestaan verschillende meningen. De bekendste is dat deze begint vanaf het Fajr gebed van de 9e dzoel hajj (de dag van Arafat) tot het ‘Asr gebed tijdens de laatste dag van dzoel hijjah (13e dzoel hijjah).

 

Tevens houdt het takbier in en het gedenken van Allah (Subhanahu wa ta’ala) bij het gooien van steentjes iedere dag tijdens de dagen van tashrieq.

 

In een hadieth van Aboe Dawoed en verschillende anderen staat:

 

“De tawaaf rond het Huis, de Sa’i tussen de Safa en de Marwah en het gooien van steentjes werden geinstitutioneerd (vaststelling van blijvende gewoonten) om Allah (Subhanahu wa ta’ala) te gedenken via dhikr”.

 

Bij het vermelden van de eerste processie (het vertrek van Arafat) en de tweede processie van de mensen op het eind van hajj-seizoen, wanneer zij beginnen terug te keren naar hun gebieden/landen, nadat zij verzameld waren gedurende de rituelen en op de plaatsen om te staan, zegt Allah (Subhanahu wa ta’ala):

 

“En vrees Allah en weet dat het bij Hem is, dat gij zult worden verzameld”

(Soeratoel Baqarah 2:203)

 

Eveneens zegt Allah (Subhanahu wa ta’ala):

 

“Hij is het, die u op aarde verspreid heeft en tot Hem zult u worden verzameld”.

(Soeratoel Mo’minoen 23:79)

 

Er werd overgeleverd door Ali ibn Hoessain van Aboe Rafi dat, toen de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met Hem) een offer wilde brengen, hij twee vette, mooie rammen met horens kocht, die eerder wit waren dan zwart. Nadat hij had gebeden en gepreekt, zou hij 1 ervan brengen naar waar hij stond op de plaats van zijn gebed en hij zou hem zelf slachten met een mes, vervolgens zou hij zeggen:

 

“O Allah, dit is uit naam van mijn hele natie, wie ook maar getuigt van de uniciteit van U en getuigt dat ik dit overbracht”.

 

Dan zou hij de andere ram brengen en zelf slachten en zeggen:

 

“O Allah, uit naam van Mohammed en de familie van Mohammed”

 

Hij zou ze geheel aan de armen geven en hij en zijn familie zouden er eveneens van eten.

 

Dit was overgeleverd door Ahmad en Ibn Majah.

 

At-Tauri vertelde in zijn Jami dat Oemar ibn al Gattab dat zei en hij ondersteunde het met de hadieth in de Sahih Muslim:

 

“Allah beveelt perfectie (bekwaamheid) aan in alles wat wij doen. Wanneer gij doodt, doe het humaan. Als gij een dier slacht, doe het op de zachtst mogelijke wijze: slijp uw mes goed en geef het dier voldoende tijd om te sterven (alvorens de huid eraf te stropen”.

 

Er werd overgeleverd dat Aboe Waqid al Leythiu zei: “De boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met Hem) zei:

 

“Wat er ook maar van een dier, dat nog levend is, wordt afgesneden, is vlees van een kadaver”.

 

Dit was overgeleverd door Ahmad, Aboe Dawoed en At-Tirmidhi 

 

Wordt vervolgd...

Nieuwsflits

Eid ul-Adha 2022

Lees meer...

Islam vraag en antwoord sessie


Lees meer...

REMINDER Eid ul-Fitr

Lees meer...

Nieuwsbrief 3

Activiteiten laatste deel Ramadan en Eid ul-Fitr gebed

Lees meer...

Time-table: ramadan 2022

Lees meer...